Contemporaine Muziek voor Amateurs

Muziek in de klas

Hedendaagse muziek in de klas

Lezing door Leo Samama gehouden voor docenten van de Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs

1. Theorie

Wat is muziek? Muziek is een een samenspel van luchttrillingen, door ons waargenomen en opgevat als klanken, in de tijd uitgezet en zowel synchroon als diachroon bijeengezet. Dus: voortvliedende klank, klank in tijd. Klank is uit te splitsen in horizontale en verticale richting, naar samenklank, kleur en timbre.
Muziek is een non-verbaal communicatiemiddel. Muziek kan geen concrete taalbetekenissen overdragen, wel symbolen: zij kan hooguit de abstracte weerspiegeling, de mimesis, van een concrete buitenwereld zijn. 

Hoe luisteren we naar muziek? Luchttrillingen worden omgezet in pulsen. Het gaat hier dus om de principes van modulatie en demodulatie. Enige vorm van betekenis speelt hierbij geen enkele rol. Het gaat zuiver om het fysieke en natuurkundige fenomeen.
Muziek is echter wel in staat via de voorgenoemde modulatie- en demodulatieprocessen geheugenplaatsen van een bewustzijnsinhoud te voorzien. We zijn ons bewust van de geluiden die we muziek noemen. Vooralsnog zonder dat we daar enige betekenis aan verbinden. Het zijn associaties binnen de geheugenplaatsen die aan de muziek betekenis kunnen geven. Deze associaties zijn nauw verbonden aan allerhande impulsen van de buitenwereld naar de binnenwereld en vice versa. Hierdoor spelen sociaal-culturele fenomenen een belangrijke rol bij het beleven en beoordelen van muziek. Zij mengen zich namelijk in de associatiepatronen van elke tastbare beleving. Er is dus een voortdurende wisselwerking tussen de binnenwereld en de buitenwereld, zowel concreet-technisch als filosofisch-abstract.

Welke facetten spelen bij het luisteren en evalueren een rol? Wat weten wij, hoe beoordelen wij, welke associaties maken we, wat doen we daarmee? Laten we vooruitnemen dat de meeste luisteraars in principe niet veel over of van muziek weten, dat wil zeggen de technische implicaties ervan niet kennen of beheersen. Bij het luisteren spelen die dan ook slechts zeer zijdelings een rol. (hogere muziek is in het verleden uit het domein van de ethiek weggevoerd naar de dat van de esthetiek). Het is belangrijk te realiseren dat de genoemde technische implicaties van muziek zelf al weer socio-cultureel bepaald zijn. Het zijn immers visies van een bepaalde klasse in een bepaalde tijd op een bepaalde muziek. Zij spelen niet zelden een storende rol in het onbevooroordeeld luisteren naar muziek. Deze socio-culturele criteria verschaffen de muziek evenzeer betekenissen, en kleuren daarmee de beoordeling, als meer intuïtieve (al dan niet individuele) associaties, als fictieve verhaalstructuren, picturale beeldvormingen en dergelijke. Zoals gesteld, muziek is een non-verbaal communicatiemiddel. De wegen van communicatie zijn ter sprake gekomen, de consequenties ervan echter nog niet. Communicatie stelt immers eisen. De voornaamste vereisten zijn samengevat in de retorica, zoals de variaties over een basisgegeven, de juiste manieren van formuleren, enzovoort. Er treedt echter een gevaar op zodra die communicatie bevorderd wordt door het opleggen van verhaalstructuren en beeldvormingen. Dan is de luisteraar niet meer in staat deze naar eigen behoefte in te vullen. Beeld en klank leven dan in een geforceerde relatie tot elkaar. Daarom mijn welgemeende wens muziekonderwijs te geven zonder namen te noemen. Het ‘anonieme’ onderwijs is veel efficiënter en legt de nadruk uitsluitend op die facetten van muziek dat buiten de marges van al dan niet concrete, van te voren opgelegde betekenisgevingen, beeldvormingen en mogelijke verhaalassociaties vallen. Een dergelijke methode biedt de ruimte voor individuele ontplooiing en een individuele relatie van de luisteraar tot muziek. Tevens biedt zij de gelegenheid eerst te leren omgaan met de materie waaruit muziek bestaat, voordat gedateerde, collectieve en getheoriseerde betekenissen en onbevooroordeeld luisteren belemmeren. 
DUS: we noemen in het vervolg geen namen meer, spreken niet meer over tijden en culturen en beperken ons allereerst en zo lang mogelijk tot het materiaal waaruit muziek uiteindelijk bestaat. Pas wanneer dit materiaal volledig is uitgediept, ermee gewerkt kan worden, het in al zijn facetten beheerst wordt, dan kunnen andere elementen eveneens een rol spelen, zoals cultuur- en tijdbepalingen, het noemen en definiëren van componisten en hun stijlen, enzovoort.
In de regel zou het laatste uitgesteld moeten worden tot de leerlingen er zelf om vragen en ook dan nog met mondjesmaat, opdat de natuurlijke groei en het eigen produceren van materiaal niet verstoord wordt. Het is ook van belang dat die gelijkheid in de lessen onmerkbaar wordt benadrukt door van alles te laten horen zonder enig onderscheid naar niveau, functie, techniek of, ernstiger, kwalitatieve waardeoordelen. 

2. Praktijk

Inleiding. Niet de leerling zelf, maar de docent dient met bovengestelde facetten rekening te houden, zowel met het oog op de presentatie van zijn lessen als bij het beoordelen van de reacties van de leerlingen. De keuze van de muziek is wezenlijk voor het slagen van de les. Het zou echter beter zijn wanneer het hele proces van confrontatie en leren bevatten al plaats vindt in de eerste groepen van de basisschool (dus vanaf 4 jaar). Het stadium van VO is eigenlijk al te laat, juist doordat socio-culturele bevooroordelingen van de leerlingen dan nauwelijks meer te ontlopen zijn.
Een goede manier van presentatie is door hetzij (1) voor de abstracte weg, hetzij (2) voor de concrete weg te kiezen, en uiteindelijk wellicht een combinatie van beide. De eerste houdt in dat het materiaal zuiver als zodanig benaderd en behandeld wordt, de tweede gaat van een verhaal- of beeldlijn uit waarmee de leerlingen aan de slag moeten.

Uitgangspunten en materialen voor de les. De volgende vier hoofdlijnen komen in de praktijk naast elkaar en door elkaar aan bod. Toch is het bij de presentatie van alle muziek van belang telkens slechts enkele aspecten, desnoods één enkel aspect, eruit te lichten en daar alle aandacht op te richten. Tevens is het goed daarbij een zo groot mogelijke variëteit van alternatieven aan te dragen. 

  1. Het materiaal: (samen)klank, klankkleur, ritme, melos, instrumentatie
    • Eerst dienen die materialen behandeld te worden die het meest direct te analyseren en te bevatten zijn, dus ritme, tempo (puls), instrumenten (klankkleur) en dergelijke. Dan pas stap voor stap verder.

  2. De samenhang: vorm, structuur, verloop in de tijd
    • De eerste beoordeling verloopt analoog aan het zien van een film: wanneer vindt welke gebeurtenis plaats (constateren). Laat de leerlingen dan zelf relaties maken, waardoor structuurpatronen ontstaan en waaraan leerlingen zelf conclusies kunnen verbinden. 
     • Hanteer nooit stereotypen uit de muziektheorie! Dring nooit schema’s op. Prikkel uitsluitend zoveel mogelijk het luisteren. Laat de leerling zelf op ontdekkingstocht gaan. Het gaat erom dat ze goed en gedetailleerd leren luisteren.

  3. De beeldvorming: functie en betekenis
    • Functies kunnen op twee manieren aan muziek worden toegekend: (1) de bedoelde functie, (2) de ‘geworden’ functie.
    • De kunstmuziek is veelal van een ritueel instrument tot een zuiver esthetisch object geworden.
    • Functies kunnen als onderdeel hiervan benaderd worden op het niveau van bijvoorbeeld psychologische of fysieke functies van muziek.
    • Betekenissen kunnen op twee manieren worden toegekend: (1) de door een tijd, generatie, cultuur verleende betekenis, (2) de betekenis die diezelfde muziek nu heeft. 
    • Het is van belang in te zien, dat bij het beluisteren van muziek bijna altijd de hedendaagse betekenis geldt. Andere betekenissen spelen een ondergeschikte rol. 
    • Functie en betekenis zullen elkaar menigmaal wederzijds beïnvloeden.

  4. Herkenning, erkenning
     • Bij het bovenstaande spelen verschillende processen en vitale rol, o.a. (1) het herkennen van wat zich zoal in een compositie afspeelt en (2) het erkennen dat datgene wat gehoord wordt een onderdeel is van een groter geheel. 
    • Het is een spel van (terug)koppelen naar andere muzieken, verbanden leggen, een veelheid aan associaties en dergelijke. Leerlingen moeten zich bewust zijn waar objectieve constatering en waar subjectieve interpretatie aan de orde is.
    • De weg tot het herkennen en erkennen, dus het determineren als proces is vele malen belangrijker dan het feitelijke resultaat daarvan, de constatering dat…

Lessituatie. Actieve en passieve betrokkenheid dienen in evenwicht te zijn. De beste weg is die van de actieve naar de passieve betrokkenheid. Muziek moet van binnenuit benaderd worden, niet van buitenaf. De lessen met hedendaagse muziek kunnen slechts slagen wanneer intensief van allerhande instrumenten gebruik wordt gemaakt. Dit intensiveert de luisterervaring. De leerlingen dienen gelijkgesteld te worden aan de componisten van de behandelde muziek, zodat zij zelf een onderscheid leren maken tussen wat zij beter en minder goed vinden. In de meest algemene lessituatie moet de leerkracht goed in de gaten houden op welk moment welke route gevolgd wordt en welke consequenties dat heeft voor het richting en inhoud geven van de discussie in de klas. 

  1. Volgens de abstracte weg
    Alleen het materiaal wordt behandeld en er wordt geprobeerd de kwaliteit, de hanteerbaarheid, de aard, enzovoorts, van dat materiaal te onderzoeken. Dit kan resulteren in lijsten met (klank)kleuren, met kwaliteiten, met samenklanken, met ritmische formules, met instrumenten en instrumentencombinaties. Dit is geen gemakkelijke weg en in de ene klas beter te realiseren dan in de andere. Het prikkelt echter de luisterervaring en verschaft de leerling gereedschap de kwaliteit.

  2. Volgens een meer concrete weg
    Het materiaal wordt als het ware door de achterdeur benaderd, op wat het buiten zichzelf kan betekenen of uitbeelden. Beeld en verhaal worden aangegrepen voor een collectieve of individuele compositie van de leerlingen. Daarna worden de resultaten ingestudeerd, op de banden vastgelegd en met elkaar vergeleken, en tenslotte wordt er een andere compositie, van een buitenstaande, bijgehaald. Deze anonieme buitenstaander heeft andere (niet betere of mindere) oplossingen gevonden. Dan wordt in de klas over de resultaten gesproken.

3. Tot slot
De ideale situatie is niet onbereikbaar, maar voorlopig in ieder geval geen realiteit. Niettemin hoop ik dat bovenstaande, desnoods slechts op details, tot denken aanzet en wellicht bepaalde facetten van de les kan beïnvloeden. De kern van mijn verhaal is in alle gevallen: het materiaal is belangrijker dan de gescheidenis, dan de buitenmuzikale feiten.