Contemporaine Muziek voor Amateurs

Belang van kunst

Het belang van kunst en cultuur en waarom deze ondersteund moeten worden

Onderstaand is een samenvatting van een lezing van ruim 50 minuten door Leo Samama gehouden december 2010. De volledige lezing kan beluisterd worden op YouTubeNRC Handelsblad of Home-Academy. De volledige tekst van de lezing is hier te vinden.

Inleiding

Sinds de zomer van 2010 woedt in ons land een heftige en somstijd ook geanimeerde discussie over de subsidiëring van kunst en de rol die kunst in onze samenleving speelt, dan wel zou moeten spelen.
Dergelijke discussies zijn niet nieuw en kennen we in feite al sinds het midden van de 19e eeuw. Thorbecke meende toendertijd dat het niet aan de regering is een oordeel te  vellen over kunst. Hij sloot echter het ondersteunen van kunst niet uit. "De kunst is geen regeringszaak, in zoverre dat de Regering geen oordeel, noch enig gezag heeft op het gebied der kunst". In de loop van de vorige eeuw is de staat zich steeds meer gaan bemoeien met kunst en cultuur; hetgeen het formuleren van een beleid en het instellen van commissies om daarin te adviseren met zich meebracht. Het resultaat was een lappendeken van instellingen en podia ten faveure van een veelheid aan kunstuitingen.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw keerde het economische tij en zocht de overheid wegen om de eigen generositeit in te dammen. Terwijl de overheid zelf het besluit tot de genoemde overdaad had genomen, liet ze de weg terug nu liever over aan het veld, zij het gereguleerd en gecontroleerd door de overheid. Sedertdien is de discussie niet meer uit het debat weg te denken: moet een overheid de kunsten financieel ondersteunen of niet? En zo ja, wat is daarvan dan de inzet? Voor welk deel van de kosten? En wat is het resultaat, het gewin, voor diezelfde overheid?
De discussie is nu feller dan tevoren. Dit komt vooral doordat deze regering vooral wil bezuinigen en nog geen beleid op het terrein van kunst en cultuur geformuleerd heeft. Maar ook de kunstensector steekt de collectieve koppen in het zand en heeft nog geen zinvolle stappen ondernomen door de overheid de wind uit de zeilen te nemen. Voor- en tegenstanders roepen van alles door elkaar; van enig beleid of systematiek is nog immer geen sprake; en de meningen over de inhoude van cultuur of kunst lopen meer uiteen dan ooit tevoren. 

Kunst en cultuur

Wat is cultuur en wat is kunst? Cultuur komt van cultus; afgeleid van het werkwoord 'colere': behouwen, verzorgen, vereren. Cultuur is alles wat de mens voorbrengt, verbouwt, onderhoudt en vereert. Elk mens brengt cultuur voort, produceert cultuur. Kunst is een product van cultuur. Het woordt kunst komt van kennen, weten. Kunst is het resultaat van ons weten, dan wel onze handigheid. Kunst is niet de gehele cultuur, maar er een onderdeel van. 
Cultuur is wat we voortbrengen, zonder meer. Kunst staat het dichts bij de uitingen van onze individuele en collectieve identiteit in ons streven naar het hogere. De mens wordt letterlijk 'van nature' door cultuur en kunst bepaald. Individueel of collectief; cultuur smeedt mensen aaneen tot een groep, verschaft hen identiteit.
Waar komen kunst en cultuur uit voort? Het is een voortdurend samenspel tussen de buitenwereld om ons heen en de binnenwereld in ons. Door onze zintuigen zijn we ons bewust van de wereld om ons heen en reageren daarop. Het is van belang deze wisselwerking in te zien. Zonder een van beide componenten, de buiten- of de binnenwereld, kan er namelijk niets ontstaan.

Kunst als representatie

Kunst en cultuur komen voort uit de mens en zijn daarom in welke vorm dan ook een representatie van de mens. Zij vertegenwoordigen de mens die hen voortbrengt. Individueel en collectief. Uitingen van kunst zijn zowel spiegels van de geest als van de maatschappij. Kunst en maatschappij zijn ondeelbaar. De rol van kunst in de maatschappij is minstens zo wezenlijk als van de kunst die uit een maatschappij voortkomt. Deze voortdurende wisselwerking geeft aan hoe sterk individuele identiteit en maatschappelijke identiteit aan elkaar verbonden zijn. Daarom is de receptie van kunst, de manier waarop we ernaar kijken, luisteren, teksten lezen, nauw verbonden aan wat in een maatschappij omgaat en kan daardoor nimmer los daarvan naar waarde beoordeeld worden.
Doordat kunst representeert, is zowel de creatie van kunst, als de productie en de consumptie ervan nooit los te zien van de achterliggende verwachtingen, verplichtingen, wensen. Kunst ontstaat in het diepst van haar wezen, nimmer zonder nauwe verbanden met de maatschappij waaruit ze voortkomt. Een kunstenaar die wil kunnen leven van zijn beroep, moet anderen laten betalen voor zijn of haar kunst. Hetgeen kunst maakt tot een handelswaar, een product. Zinvolle kunstondersteuning vindt echter alleen plaats, wanneer de ondersteuner meent er zelf beter van te worden. Ondersteuning van kunst is daardoor vaak zakelijk bedoeld, al dan niet met een ideologisch oogmerk, en niet zelden tezelfdertijd gemend met een flinke dosis eigenbelang. Desondanks vergt het vormen van een beeld van de achterliggende beweegredenen om kunst te ondersteunen, toch al enige cultuur. 

Cultuur in onze tijd

Een kenmerk van onze westerse cultuur is de overdaad waarmee uitingen van cultuur worden aangeboden. Een steeds krachtiger historisch bewustzijn kantelde in de loop van de 18e en 19e eeuw een groot deel van de westerse cultuur van overwegend ethisch naar vrijwel uitsluitend esthetisch georiënteerd. Tot ver in de 18e eeuw werd kunst algemeen gezien als de directe representatie van de vorst of prelaat die een opdracht tot het scheppen ervan verschafte. De vraag of het kunstobject mooi of lelijk was, speelde slechts een secundaire rol. Het warenhuis van de hedendaagse cultuur is zo omvangrijk dat het vrijwel onmogelijk is voor een enkele persoon alles daarin te kunnen bestuderen. Werkelijk alles is voorhanden en ieder kan er iets van zijn gading vinden. De situatie is in alle opzichten labyrintisch te noemen, het labyrint als symbool van de postmoderne mens, die maar al te vaak geen andere keuze meer heeft dan op zijn eigen ethische kompas door het leven te reizen. En in zo’n labyrint is het zaal weer een ethisch kompas te ontwikkelen, aangezien over smaak niet meer gediscussieerd kan worden. 

Kunst en cultuur in een nieuw perspectief

Het is geen eenvoudige opgave om alle participanten van kunst en cultuur op gelijke wijze te bedienen en tevreden te stellen. Tegelijk kunnen we niet anders dan met grote tevredenheid constateren dat er zoveel participanten zijn. Zo’n 8 miljoen Nederlanders houden zich actief bezig met enige vorm van kunst. Dat schept een onherroepelijk grote verantwoordelijkheid voor elke overheid, nationaal of regionaal.
Kunst en cultuur zijn niet uitsluitend leuke vrijetijdsbestedingen, maar bepalen het wel en wee van een ongekend grote groep actieve en passieve cultuurparticipanten. Daarmee zijn kunst en cultuur, waarbij geen onderscheid meer bestaat tussen hoge en lage cultuur, inmiddels een economische factor van grote importantie.
Wanneer we in staat willen zijn om in onze labyrintische wereld keuzen te maken, wat we willen zien, lezen, beluisteren, doen in onze vrije tijd, dan moeten we daartoe ook in staat gesteld worden om werkelijk keuzen te kunnen maken. Cultuureducatie is daartoe het geëigende middel. Dit vraagt echter een plan van aanpak: wat willen we met kunst- en cultuuronderwijs? Wat willen we deelnemers aan cultuuronderwijs leren? Ervaringsonderwijs of kennisonderwijs?
Kunst zet ons aan het denken; over onszelf, de wereld, ons streven, onze teleurstellingen. Kunst is in bijna alle gevallen in meer of mindere mate transcendent. Kunst heeft ook een andere belangrijke karakteristiek, en daarvan muziek door haar hoge abstractieniveau nog het meest: zij traint onze hersens, onze manier van denken. Zij scherpt ons associatievermogen, ontwikkelt onze verbeeldingskracht en vergroot ons abstractievermogen. 
Kunstonderwijs draagt bij aan een beter sociaal milieu, betere omgangsvormen tussen mensen, beter begrip tussen culturen. Kunstonderwijs heeft dus zin! Sterker nog: voor een zozeer op economisch factoren gerichte maatschappij als de Nederlandse, is kunstonderwijs en zeker muziekonderwijs een plicht. 

De rol van kunst in een maatschappij

De hierboven besproken verschillende functies van kunst, als product van cultuur, als definiëring en afbakening van individuele en collectieve identiteit, als onderwerp van contemplatie en transcendentie, als smeermiddel voor sociale processen, maar evenzeer als onderwerp van ruilhandel tussen producenten en consumenten van kunst, zijn in feite al voldoende om het nut, ja, de noodzaak van kunst uiterst serieus te bestuderen en te overwegen. Een stap verder: het is niet geld dat cultuur voortbrengt, maar meer nog cultuur dat geld genereert. Het is niet zozeer alleen de cultuur die afhankelijk is van geld, maar evenzeer geld dat afhankelijk is van cultuur. 
Kunst kan in al haar facetten en veelzijdigheid betekenis geven aan elk individu, aan een groep individuen als collectief, ja aan een natie. Kunst geeft inhoud aan cultuur. Zonder overkoepelende en samenbindende cultuur vallen groepen uit elkaar. Cultuur vertegenwoordigt dus ook een individuele en collectieve ambitie. Een maatschappij zonder kunst en cultuur vervalt in defaitisme en nihilisme. Dat alleen al zou menig politicus grote angst moeten inboezemen!

De verantwoordelijkheden

Op productieniveau is kunst bepaald complex. Enerzijds is een kunstobject geheel en al zichzelf, anderzijds vertegenwoordigt het een groep of groepen mensen; belanghebbenden op elk denkbaar niveau. Over en weer is geld in het spel. Met name de intermediair tussen de producent en reproducent enerzijds en de consument is verantwoordelijk voor een aanzienlijke kostenverhoging van het kunstwerk, of eigenlijk van de presentatie van het kunstwerk. Die is immers verantwoordelijk voor de verspreiding van het kunstwerk al dan niet met behulp van de reproducent. Een belangrijk deel van onze kunstenpraktijk is zo vastgeketend aan uitermate kostbare productieapparaten, die tot voor kort belangrijk genoeg werden geacht om te financieren, maar waarvan de kosten nu een belangrijk punt van discussie zijn! Echter, of het productieapparaat nu kostbaar is of niet, het komt er op neer dat men zich verantwoordelijk moet voelen om daarin te willen investeren. 
Wie is er in onze tijd verantwoordelijk voor kunst en cultuur? De overheid? De burgers zelf? Het bedrijfsleven? Elk van deze partijen, profit, non-profit en politiek, moet zich daarbij tevens de vraag stellen in hoeverre hij is staat is met zijn ondersteuning een zekere continuïteit te garanderen, en de infrastructuur op niveau te houden, zodat alle lagen van het culturele leven daarmee gediend zijn.
In de 21e eeuw zal de ambitie van cultuurondersteuning zich bovenal moeten richten op onderwijs en een inhoudelijke spreiding. Wanneer de staat nu besluit om een aanzienlijk deel van het kunstmecenaat in handen van de burgers zelf te geven en in het verlengde daarvan aan het bedrijfsleven, dan moet hij zich wel realiseren dat een dergelijke verantwoordelijkheid slechts gedragen kan worden, wanneer die burgers daartoe ook een behoorlijke opleiding hebben genoten. Dat is een verantwoordelijkheid van de staat! Onderwijs dus! 

Ter afronding

Het gaat er om wie verantwoordelijk is voor het in stand houden van kunst, wie de noodzakelijke infrastructuren schept, en hoe deze eruit moeten zien! Daar moet beleid voor ontwikkeld worden. Beleid gericht op de toekomst, beleid dat op zijn minst het belang en de waarde van kunst en cultuur onderkent. Door mensen die daartoe ook in staat zijn. Die weten waar ze het over hebben. Die verstand van zaken hebben. Dat is toch het minste dat we mogen van verwachten van diegenen aan wie we elk jaar weer onze belastingcenten in goed vertrouwen afgeven. 

Voor nu nog een paar stellingen:

  1. Alle kunst is een spiegel van de geest en dus van de maatschappij waaruit zij voortkomt
  2. Een land zonder kunst heeft geen identiteit
  3. Subsidie, sponsoring en mecenaat legitimeren zich op basis van uitwisseling van goederen en diensten
  4. Het financieren van de verspreiding van kunst en cultuur is een zakelijke transactie
  5. Als zodanig is cultuur niet afhankelijk van geld, maar geld afhankelijk van cultuur
  6. De prijs van kunst wordt vaak verward met de waarde van kunst
  7. Het ondersteunen van kunst betreft niet alleen de Kunst, maar evenzeer het levensonderhoud van allen die betrokken zijn bij Kunst als product
  8. Kunst was tot voor vijftig jaar overwegend een consumptieartikel van de elite. Het werd dus hoog tijd kunst te democratiseren. Dat proces is nog niet afgerond!
  9. Verschaf de consumenten een zinvolle inspraak in de cultuur, zowel collectie als individueel, en geef ze daartoe ook voldoende gereedschap.
  10. Kunsteducatie moet verplicht worden gesteld voor iedere burger jonger dan 21 jaar
  11. Kunsteducatie gaat over scheppen, vormgeven, creativiteit, verbeeldingskracht
  12. Creativiteit is de voornaamste drijfveer voor een moderne markteconomie. De kunstensector moet daarin als voorbeeld dienen!
  13. Op alle niveaus is kunst in onze westerse maatschappij getransformeerd van een ethische behoefte tot een esthetische curiositeit
  14. Mooie dingen hebben geen andere functie dan dat ze mooi zijn. En schoonheid is voor cultuur weinig meer dan een toegevoegde waarde.
  15. De culturele sector is een supermarkt. Voor elk wat wils!